De laatste Fokker T-5 en zijn laatste vlucht:

(bron: ‘Onze Vliegers in mei 1940’)

 

Bij Fokkers T-5 van de bombardeergroep is er op de 13e (mei 1940) nog maar 1 machine over, nr. 856.

De Grebbeberg is het zwakke punt in het oosten, het andere grote gevaar ligt in het zuidwesten onder Dordrecht bij de Moerdijkbruggen. Deze zijn in handen van de Duitse paratroepen. Als Nederland de Vesting Holland wil behouden dan mag de Duitse tankdivisie die daar inmiddels is gearriveerd er niet overheen.

 

De brug moet kapot.

 

De laatst overgebleven T-5 wordt voorzien van land twee bommen van ieder 300 kilo. De bommenwerper krijgt bescherming van twee Fokkers G-I, gevlogen door Bodo Zandberg en Paul Schoute.

Gerard Ruygrok en Willem Anceaux bemannen de T-5 856.

De Moerdijkbrug is voor de Duitsers van groot strategisch belang, het luchtruim erboven zal zwaar bewaakt zijn.

 

                                http://www.dutch-aviation.nl/pictures/Fokker/Military/Fokker%20T5%20tekening%20tn289.jpg

 

In de zomer van 1940 vertrouwt Ruygrok zijn herinnering omtrent die morgen aan het papier toe:

 

 ‘Willem Anceaux en ik wachtten op de commandopost op het startbevel. In het volgende uur heb ik mij op de dood voorbereid en was er volkomen mee duur mogelijk te verkopen. Zulke ogenblikken kosten je tien jaar van je leven. Je voelde je ook werkelijk tien jaar ouder worden.

Even later hebben Bennie Swagerman en Piet Wilschut de kapitein terzijde genomen en hem gevraagd de eerstvolgende opdrachten te mogen hebben.

De kapitein was geroerd en heeft Bennie naar mij verwezen. Hij staat nog voor me die prachtkerel, doodgewoon vragend of hij in mijn positie mocht gaan’.

 

Als Ruygrok in eerste instantie niet op dit voorstel ingaat, wijst Swagerman erop dat hij zelf geen vrouw heeft die om hem zou treuren, en dat hij Gerard, wel getrouwd, zijn ‘Tony’ nu nog had.

 

‘Laat mij in jouw plaats gaan’. Tegenover zoveel ware vriendschap kon ik mijn tranen niet meer in bedwang houden. De kapitein kwam erbij en raadde mij aan mijn eergevoel er buiten te laten. Ik mocht het aanbod aannemen.

En ik nam het aan. Hij kwam deze keer niet terug. Twee van zijn vele vrienden begeleiden hem in G-1’s. Bodo  Zandberg en Paultje Schouten. Slechts Bodo heeft ons, totaal kapot, het droevige verhaal kunnen doen’.

 

Hun ervaring leert de drie partijen dat ze laag over de grond naar Dordrecht moeten vliegen. Bij het doel klimt de T-5 tot 1000 meter.

Het doel is lang en smal en moeilijk te treffen. Daar gaat de eerste bom.

Hij ontploft in het water op ongeveer 50 meter naast de brug. Boven Brabant draait de 856 om en vliegt opnieuw op de brug aan. De afwerpgegevens worden gecorrigeerd. Dan giert de tweede bom omlaag en slaat vlak naast een pijler in het water … maar ontploft niet.

 

De T-5 duikt omlaag om zich aan het oog van de vijandige jagers te onttrekken. Deze hebben hem echter al ontdekt.

 

De G1’s spiralen prompt omhoog, teneinde een positie in te nemen tussen de 865 en de vijand. De Messerschmitts 109 splitsen zich in drie groepen. De derde groep  valt de T-5 recht van achteren aan. De boordschutter doet wat hij kan. De overmacht is te groot. Doorzeefd met twee cm granaten slaat de 856 bij Ridderkerk te pletter, alle inzittenden komen om het leven.

 

http://tallyho.stormpages.com/FokT5.jpg

 

Swagerman heeft hiermee zijn vierde vlucht gemaakt.

Op de eerste dag (van de Tweede Wereldoorlog) is hij tijdens zijn tweede opdracht af geschoten boven zee. Hij heeft zich zwemmend weten te redden.

Later heeft hij ook deelgenomen aan een riskant bombardement op de bruggen van Rotterdam.

 

Ruygrok in een verslag over Swagerman:

‘...hij was door een Messerschmitt neergehaald. Zijn vliegtuig in brand, was de gehele bemanning er boven zee uitgesprongen. Bennie heeft er nog twee zien hangen. Eenmaal in het water heeft ie eens flink gesnoven en zich bevrijd van de valschermkoorden waarin hij met de benen verward was geraakt. Hij was erin geslaagd zich te ontdoen van zijn leren jas, van zijn veldjasje en zelfs zijn laarzen en is de 500 m naar de kust gezwommen. Voor een sportieve knaap zoals Bennie was dat geen kwestie van een strijd op leven en dood. Hulpvaardige handen wilden hem de laatste dertig meter helpen, maar zoals gewoonlijk wilde hij het alleen doen.

Geestig als altijd tapte hij alweer mopjes. Naar lichaam en geest was hij het perfecte voorbeeld van een officier. Hij was de jongste van ons allemaal. Hij praatte enorm veel. Een ander zou hem een o.h. genoemd hebben, maar door zijn geestigheid was hij bij allen bemind..’

 

Op 3 mei 1946 wordt er uit het huwelijk van Gerard en Toine Ruygrok  - Harzing, een zoon geboren die ze Ben noemen. Deze traditie zet Ben Ruygrok in 1987 voort. Ook hij noemt zijn zoon Ben.